Het Flentrop-orgel

Bouwjaar 1973-1974

Dit neobarokke orgel werd in 1973-1974 gebouwd door de firma Flentrop voor het Nederlands Instituut voor Kerkmuziek. In 2006 werd het orgel aangekocht door de Vrienden van de Sint-Niklaaskerk, in afwachting van de restauratie van het wereldberoemde Cavaillé-Coll-orgel.

Over het orgel

In de bouwtijd van dit orgel, zochten de Nederlandse orgelbouwers aansluiting bij historische instrumenten uit eigen land. De zogenaamde 'neobarokke' idealen, een scherpe klank en een zeer directe aanspraak, werden geleidelijk vervangen door meer breedte in de klank en een streven naar klankversmeldting tussen de verschillende registers.
In dit orgel is deze neiging te bespeuren, ook in de uiterlijke vormgeving.

Het hoofdwerk heeft een klassieke dispositie, met een Bourdon 16'. Het bovenwerk vertoont elementen uit verschillende tradities: zowel Frans (Terts, nasard, Kromhoorn) als romantisch (Gamba, Zwelkast). Het derde klavier is een Echowerk, vlak achter de lessenaar geplaatst.

Tijdens een feestelijke viering op 5 december 2006 werd het orgel door de Vrienden van de Sint-Niklaaskerk officiëel geschonken aan de kerkelijke en burgerlijke overheid.

Dispositie

Hoofdwerk: Bourdon 16’, Prestant 8’, Holpijp 8’, Octaaf 4’, Fluit 4’, Octaaf 2’, Mixtuur IV sterk (1’), Trompet 8’.

Bovenwerk (in zwelkast): Gedekt 8’, Spitsgamba 8’ - C-B uit Gedekt, Prestant 4’, Spitsfluit 4’, Nasard 2 2/3’, Fluit 2’, Terts 1 3/5’, Mixtuur II sterk (1 1/3’), Kromhoorn 8’, Tremulant.

Echowerk: Bourdon 8’, Gedekte Fluit 4’, Fluit 1’, Cornet III sterk (discant).

Pedaal: Subbas 16’ - C-B uit Bourdon 16’, Prestant 8’ - C-f transmissie, Gedekt 8’, Octaaf 4’, Fagot 16’.

Koppelingen: Pedaal - Hoofdwerk, Pedaal - Bovenwerk, Hoofdwerk - Bovenwerk.